HOME

OVERZICHT

Links en tips CONTACT GASTENBOEK

Rondwandeling Kluispadroute

FOTO'S

 

Zaterdag 24-07-2010 De Achelse Kluis

Kluispadroute, ± 23 km

Half bewolkt, 15-24 °C

 

 

Eindelijk weer een wandeling. De afgelopen weken ontbrak het ons aan tijd en waren de temperaturen zo hoog dat het niet meer echt lekker was, zeker niet om te lopen. Voor vandaag zochten we een wandeling uit die niet al te lang was, tussen de 20 en 25 km. Het Kluispad leek perfect: 23 km en door een afwisselend landschap, tegen de Belgische grens aan.

 

Om 6:00 uur reden we weg en 1,5 uur later stapten we uit in Leenderstrijp. We liepen het rustige dorpje uit en zagen al snel op een paar struiken verschillende soorten vlinders zitten. De route bracht ons verder over een graspad tussen een beekje en een maďsveld door. Uit het gras vlogen tientallen vlindertjes op; veel grasmotten, maar ook vlindertjes die iets groter waren. Het was niet makkelijk om ze op de foto te krijgen want telkens als we bij ze in de buurt kwamen vlogen ze op om ergens anders naartoe te fladderen. Uiteindelijk lukte het toch om er een paar op de kiek te krijgen zodat we ze thuis konden determineren tot Klaverspanner. Bij een bosrand bogen we af naar rechts en kwamen uit op een weiland. Langs de rand liepen we door het hoge gras waar veel kikkertjes rond sprongen. Aan de andere kant van het weiland stuitten we op het beekje Strijper Aa en volgden het oeverpad. Het pad had een bodem van verdroogd riet, gras en andere planten, niet heel makkelijk lopen. Het pad langs de oever was maar 800 meter lang, maar omdat er zoveel aan vlinders en andere beestjes te zien was hebben we er enorm lang over gedaan. We hadden gelukkig alle tijd, we hoefden niet te haasten en konden alles op ons gemak bekijken en fotograferen. Bij het maken van een foto viel er iets naast me in het gras. Een grote libel was blijkbaar uit een boom gevallen (overnachtingsplek?) en fladderde een beetje in het gras. Toen het beest eindelijk rustig zat kon ik wat foto’s maken. Het bleek een Grote keizerlibel te zijn, met een lengte van 6,4 tot 8,4 cm de grootse vertegenwoordiger van de Glazenmakers (libellensoort). Het duurde veel kevers, vlinders, libellen en andere beestjes voordat we het eind van het graspad bereikten.

Op het fietspad ging het wandeltempo weer wat omhoog. Via een klein stukje asfalt kwamen we bij een veldweg. Over de brede zandweg liepen we tussen maďs- en aspergevelden door naar natuurgebied De Putberg, een mooie strook met heide. In één van de heideplantjes zag ik een klein, donker, metallic kleurig vlindertje zitten; een Bruine metaalvlinder. Een zeldzame soort, die moest op de foto! Maar helaas, nog voor ik de foto had kunnen maken was de vlinder gevlogen…

Aan de andere kant van het heideveld liepen we een klein stukje over een rustig asfaltweggetje om even verderop een eikenlaan in te slaan. Dit zandpad bracht ons naar het asfalt van de rand van Soerendonk. Na een paar boerderijen kwam het stroompje de Strijper Aa weer bij de weg. Even later verlieten we het asfalt om het graspad langs de Strijper Aa te volgen. Hier zagen we meerdere nesten van de Eikenprocessierups. Terwijl Remco een nest op de foto zette zag ik in het gras iets driftig fladderen: een vlinder. Toen de vlinder rustig was gaan zitten maakte ik een foto. Op m’n schermpje keek ik of de foto was gelukt, maar zag geen vlinder… Ik keek naar de plek waar de vlinder net had gezeten, maar zag alleen maar een afgebroken takje. Of toch niet? Het afgebroken takje bleek de vlinder te zijn, wat een camouflage!!!

Het weer was heerlijk! Niet te heet en niet te koud. Een mooie blauwe lucht met prachtig witte stapelwolken. Veel onverharde paden en een afwisselend landschap; het verbaasde ons keer op keer dat we zo van de akkers de heide opstapten en andersom. Ook nu verlieten we het boerenland en liepen een heideveld op. We zagen verschillende soorten vlinders en de rups van een Nachtpauwoog. De rups is knalgroen met gele stippen, echt prachtig. Na een dunne strook naaldbomen kwamen we op een open gebied met hei en grassen. De combinatie van het landschap met de blauwe lucht en witte wolken was erg mooi. Hier zagen we natuurlijk ook vlinders, en deze keer konden we de Bruine metaalvlinder wel op de foto krijgen! De heide werd steeds minder, het gras steeds meer, en uiteindelijk liepen we op een ruig weiland met paarden. Eén van de paarden stond pontificaal voor het hek waar we doorheen moesten. Het paard wilde wel een aai, maar we weten dat zodra we ons omdraaien ze opeens in happende monsters veranderen. Het enige wat ze dan nog willen is je rugzak. Dus liep ik achteruit naar het hek, dat werkte goed. De route ging nu verder over een brede veldweg, met o.a. maďs en asperges op de akkers. Gelukkig ook weer vlinders en libellen.

Wederom doorkruisten we een heidegebied met prachtige vergezichten en wolkenluchten. Een dood vogeltje lag langs het zandpad. Een Sprinkhaanzanger is ons verteld. We kwamen bij het gedeelte waar volgens de routebeschrijving een dennenbos was, maar het bos bleek gekapt te zijn. We sloegen een pad naar rechts in maar het pad werd steeds smaller en onduidelijker tot er helemaal geen pad meer was. Hmmm, ergens klopte er iets niet. Remco zei dat hij net wel een grenspaal gezien dacht te hebben. Een grenspaal; dat betekende dat we in België waren. En in België verdwalen we altijd! Geen idee waarom, maar we zijn al zo vaak verdwaald en misgelopen in het grensgebied met België. We besloten terug te lopen naar het hoofdpad en namen de volgende afslag naar rechts. Nu zaten we wel op het juiste pad en vonden we de weg moeiteloos.

We bereikten het graspad langs de Warmbeek wat naar het Belgische dorp Achel zou leiden. Er stond veel riet waarvan er een aantal ‘misvormd’ waren. De rietbladeren waren tot een soort knopen vergroeid, vast het werk van een mijt ofzo. Boven het riet uit zagen we de torens van het 19e eeuwse klooster De Achelse Kluis. Dit is 1 van de 7 kloosters die echt Trappistenbier mogen brouwen. En dat doen ze dan ook. Op het terras hebben we genoten van een tosti en een mooi glas met Achels blond van de tap. Het was druk op het terras, voldoende toeristen die een rustpauze hielden. In het winkeltje kochten we een paar flesjes bier voor thuis, een flesje bier voor een oom en een flesje wijn voor m’n moeder.

We verlieten het klooster en kwamen snel bij de grens; over de weg was een schuine lijn geschilderd met aan de ene zijde de letters BE en aan de andere zijde de letters NL. Geinig hoor. De route bracht ons naar een ruig natuurgebiedje. We volgden het pad door het hoge gras (Remco had direct weer last van teken) en kwamen uit bij een wat natter gedeelte. Hier stroomde het riviertje de Tongelreep. We kwamen een wandelaar tegen die vroeg of hij rechtdoor het fietspad zou bereiken. Met behulp van ons kaartje konden we laten zien waar we waren en waar hij naar toe wilde. We maakten nog een gezellig praatje en gingen toen ieder onze eigen weg.

Nog meer zandpaden leidden ons langs akkers naar het volgende heidegebied. De zon scheen fel, er was bijna geen schaduw, we hadden het warm en werden moe. De bankjes die we tegen kwamen stonden in de volle zon, niet echt lekker als je een beetje wilt afkoelen. Het enige bankje dat in de schaduw stond was bezet. Gelukkig kwamen we iets verderop langs een schuilhut met een bankje. De schuilhut was naast een fietspad gelegen, waar enorm veel fietsers overheen fietsten. Het was blijkbaar een veel gebruikt fietspad en er was een route uitgezet. We zitten liever op een rustig plekje, maar ach, voor vandaag was dit bankje goed genoeg; het lag in de schaduw en we konden daar heerlijk kijken naar alle fietsers die voorbij kwamen. Een echtpaar kwam aangefietst en namen naast ons plaats op het bankje. De vrouw schoof de tas van Remco opzij en daarmee ook zijn fotocamera, die op de grond viel. Ze werd er niet warm of koud van, deed net alsof het niet was gebeurd. Gelukkig deed de camera het nog.

Toen ze na hun broodje weer op de fiets stapten zijn wij nog even blijven zitten. Na een tijdje hadden we onze ‘lunch’ op (tomaatjes, pruimen) en waren we voldoende uitgerust, we gingen weer op pad. De route liep op de grens van bos en hei, het heideveld prachtig uitgestrekt en wijds. Een stukje verderop verlieten we de heidevelden en liepen over een zandpad (met aan beide zijden nog wel een aantal heideplanten) tussen bos en akkers door. Op het pad lag een dode hagedis, knalblauw van kleur. Het blijkt een Levendbarende hagedis geweest te zijn. Tevens hebben we geleerd dat hagedissen vaak blauwer kleuren als ze dood zijn gegaan.

Na nog een paar kilometer zandpad en asfalt bereikten we Strijp en onze auto weer. Het was iets voor half zes toen we in de auto neer ploften. We hadden een lange maar mooie dag achter de rug!