HOME

OVERZICHT

Links en tips CONTACT GASTENBOEK

Marskramerpad

 

Zaterdag 23 juni 2007 Schrikdraad I

Oldenzaal – Borne, ± 26 km     (Borne, Stroom-Eschlaan – Borne station / Oldenzaal NS – Borne, Stroom-Eschlaan)

Bewolkt, regen, later droog en af en toe zon, ± 17°C

 

Het is al twee weken geleden dat we terug zijn gekomen van onze vakantie in Frankrijk, Pyreneeën, Joncet-du-Bac. Daarvoor hadden we ook al een tijdje niet gelopen, waardoor we intussen vreselijk de kriebels kregen. De wandelkriebels wel te verstaan. We wisten van te voren dat het zwaar zou gaan worden, want gelijk 26 km als je al weken niet gelopen hebt is best veel. Qua openbaar vervoer kwam dit beter uit, en dan maar een beetje afzien. Dat is ook wel lekker, dan heb je tenminste het idee dat je iets hebt gedaan.

 

Gisteravond heeft Remco bolletjes belegd en in de vriezer gedaan, zodat dat vanmorgen tijd scheelde en ze lekker koel bleven de eerste tijd. Om 5.45 uur reden we weg. Het was druilerig weer, maar niet zo erg als vannacht want toen kwam het echt met bakken uit de lucht. De lucht was grauw maar de regen werd steeds minder naarmate we dichter bij Borne kwamen. Iets voor 7.00 uur parkeerden we de auto langs de Stroom-Eschlaan in Borne, langs de route, en vlak voordat de route de weg weer zou verlaten. Het regende zachtjes, maar vol goede moed gingen we van start. Het asfalt ging over in een onverhard weggetje. Over zandpaden ging de route verder. We kwamen langs een boerderij waar ze varkens hielden (overal veel varkens in deze omgeving). Ze hadden in één van de stallen een etalageraam gemaakt waarachter onder een warmtelamp 13 biggetjes in het warme licht lagen te slapen, naast elkaar en over elkaar heen. Moedervarken lag achter stevige stangen zodat ze de kleintjes niet per ongeluk kon pletten, maar de jongen wel bij haar konden zogen. Het was heel lief om te zien, al die biggetjes. We kwamen bij het dorpje Zenderen. Asfalt en onverhard wisselden elkaar lekker af maar de regen werd erger zodat we onze regencapes toch echt moesten gebruiken. We liepen weer richting Borne. Bij Y-60257 verlieten we de route en liepen naar het station van Borne toe. Rond 8.30 uur kwamen we daar aan, maar eerst moesten we wachten op de spoorbomen die omlaag gingen voor de trein die we hadden kunnen nemen. Die misten we nu dus. Zo erg was dat niet want over een half uur zou er weer eentje komen, en dan konden we mooi een beetje opdrogen in die tijd. We kochten dus rustig de treinkaartjes en namen plaats in een wachtruimte op het perron. Er kwamen steeds meer mensen binnen, maar er was voor precies iedereen een plekje. De trein kwam best snel en om 9.04 uur stapten we uit op station Hengelo (ov) waar we even moesten wachten op de volgende trein naar Oldenzaal. Onze bolletjes die we in de tien minuten wachttijd wilden nuttigen bleken nog bevroren te zijn, we moesten nog maar even wachten met opeten. De trein arriveerde en 9 minuten later kwamen we aan op station Oldenzaal. Het was intussen iets voor 9.30 uur en hadden nog zo’n 20 km voor de boeg. Het spetterde wat, we besloten om onze regencapes weer aan te doen, maar na een half uurtje lopen was het droog gelukkig. In ons t-shirtje liepen we verder, Oldenzaal achter ons latend. We kwamen langs het recreatiegebied Het Hulsbeek. We liepen half om de recreatieplas heen door het bos en kwamen langs een trimbaan waar ik in de bosjes kon mijn blaas legen. Daarna kon ik weer een stuk meer ontspannen verder lopen. We kwamen uit op een asfaltweg en konden een paar honderd meter verderop een onverhard pad inslaan. Het was een modderig pad, bereden door tractoren en daardoor lastig te lopen, zeker als je moeie benen en voeten hebt. Gelukkig werd het pad na 300 meter verhard. We keken uit naar een bankje voor een korte pauze maar kwamen deze natuurlijk niet tegen. Het is “hollen of stilstaan”, en als wij ‘hollen’ komen we meestal langs veel bankjes, maar als we willen ‘stilstaan’ komen we vaak geen bankje tegen. Soms is het echt niet eerlijk.

Geen bankje, dus liepen we maar door richting Deurningen. We voelden intussen onze benen en voeten steeds meer protesteren, en Remco wist zeker dat hij heftige blaren op de achterkant van zijn hakken had. Het viel niet mee, maar gelukkig wisselden verhard en onverhard elkaar nog steeds af, wat je voeten bij elke wisseling prettig vinden. Te lang 1 van de 2 is vaak niet prettig, de afwisseling juist wel. De onverharde paden waren hier wel aardig modderig en vermoeiend om te lopen, maar we genoten wel van het landschap en het lopen op zich. We kwamen intussen al in de buurt van de geplande plek van de grote pauze, gepland op een onderhoudspad langs de Deurninger beek. We verbeten de pijntjes en de vermoeidheid en liepen door. Toen we bij het onderhoudspad kwamen zagen we dat er een draad over het pad was gespannen, naar het bruggetje over het beekje heen. Ik wist niet zeker of het schrikdraad was en zo ja, of er stroom op stond, dus gebruikte ik het wandelboekje om de draad naar beneden te houden terwijl ik er over heen stapte. We dachten allebei dat er geen stroom op stond, maar ik raakte de draad iets met mijn hand en been en vroeg het me toch af, hardop. Remco pakte de draad, tilde zijn been op en riep opeens: ‘Er staat wel stroom op! Au! Mijn hele hand tintelt!’. Had ik het dus toch goed gevoeld… 3 Stappen daarna moesten we prikkeldraad (met stroom erop) over en konden we verder over het paadje, welke vol lag met hooi waardoor je niet kon zien op wat voor ondergrond je liep. De hierdoor verborgen mollengangen maakten het af en toe best lastig. Je moest goed opletten en voorzichtig je voeten neer zetten omdat het je anders je enkels kon kosten. Zonder kleerscheuren of ergere ongemakken kwamen we bij het eerste asfaltweggetje van de twee die we moesten kruisen. Een paar meter hierna stopten we met lopen en spreidden het kleed uit om onze verdiende pauze te houden. We waren erg blij om te kunnen zitten, en voelden veel spieren en zere plekken. Na de pauze moesten we nog ongeveer een uurtje lopen, dus dat was te overzien. We genoten van de rust en het zonnetje dat ons telkens weer opwarmde om daarna even te verdwijnen en weer tevoorschijn te komen. We waren moe en konden wel bijna in slaap vallen. Nog even doorzetten voor we bij de auto waren, dus vermoeid maar moedig stonden we op een gegeven moment weer op en gingen verder met het laatste stukje. Het opstarten was zwaar, zoals we al hadden verwacht, maar we vorderden gestaag. Om iets voor 14.00 uur kwamen we bij de auto, heel erg moe maar ook heel erg blij dat we eindelijk weer eens hadden gelopen, genoten en afgezien. Om 16.00 uur waren we, na de nodige stortbuien onderweg, thuis en uitgeput. Het is weer even wennen hoor, ‘wandelen’.