HOME

OVERZICHT

Links en tips CONTACT GASTENBOEK

Pieterpad

 

Zondag 24 april 2005 Een echte Pieterpatter

St. Odilienberg Susteren, 22 km

22C, zonnig met af en toe een wolkje

 

Om kwart voor negen reden we vanmorgen weg. Met een grote omweg (de borden bij Roermond lieten ons in de steek) kwamen we tog noch ruimschoots op tijd aan bij station Susteren. Volgens de info van de openbaarvervoer-site moesten we met de trein naar Sittard en daar overstappen op een trein naar Roermond. Op Susteren bleek echter dat we ook rechtstreeks met de stoptrein naar Roermond konden met alleen Peij als tussenstation. Dat hebben we gedaan, en het was nog goedkoper ook! Terwijl we op station Susteren wachtten op de trein zagen we heel veel Pieterpatters of andere wandelaars voorbij komen.

In Roermond hadden we nog een half uur voor de bus naar St. Odilienberg kwam, dus hebben we daar een kaas c.q. sausijzenbroodje gehaald. De bus die kwam was een taxibus voor 12 personen. Het was een heel vriendelijke chauffeur, en in St. Odilienberg zette hij ons af op een punt waar we makkelijk naar het Pieterpad konden lopen. Het was geen officiele halte, maar aangezien het hele dorp open lag i.v.m. werkzaamheden wilde hij ons graag op weg helpen.

Om kwart voor twaalf bevonden we ons weer op de route. We liepen vrijwel meteen het bos in, prettig voor onze, na twee dagen lopen, toch wel vermoeide voetjes. Na een klein uurtje lopen kwamen we een andere Pieterpatter tegen. Hij liep in zijn eentje en was een jaar of zestig. Het was een halfe Ier ofzo. Hij sprak ons vrolijk aan en vertelde dat hij 2 weken geleden was vertrokken uit Pieterburen, en intussen al op de terugweg was! Hij liep gemiddeld 50 kilometer per dag. Hij was ook een keer twee uur verdwaald geweest in een bos en had die dag uiteindelijk 70 kilometer gelopen! Dat is echt heel veel! Op zijn wandelstok had hij geschreven van waar tot waar hij elke dag had gelopen, met de afstanden erbij. Hij droeg een flinke rugzak op zijn rug, terwijl hij net zo groot was als ik. Hij vond het zwaar maar wel leuk. Hij liep altijd al wel, maar een vriend van hem had gezegd dat je geen echte wandelaar bent als je het Pieterpad niet hebt gelopen. Onzin natuurlijk maar nu zou hij hem laten zien dat ie zeker een echte wandelaar is. Hij deelde zijn laatste boterbabbelaars met ons en daarna keerden we elkaar onze rug toe, verder naar ons einddoel. Al snel kwamen we bij Montfort en volgde er een stuk met redelijk veel asfalt. Op een bruggetje over een beekje, een stuk na Montfort, zijn we even gaan zitten voor een korte rust. Remco kon zijn voeten even verzorgen, wat na alle kilometers van dit weekeind wel nodig was.

Vol goede zin gingen we weer verder, over een grindweg tussen de akkers door. De zon was meer dan voldoende aanwezig om het ons behoorlijk warm te laten krijgen, en we voelden dat we bruiner (of roder) kleurden. We hadden zon tien kilometer in de benen en wilden weer een korte pauze om ons op te laden voor het volgende stuk. Een eindje voor het dorp Peij kwamen we een mooi bankje met tafel tegen, waar we moe neer zegen. We hebben allebei onze voeten met liefde verzorgd, een kwarkdrankje genuttigd en even bij gekomen. Op voor de volgende 6 kilometer, op naar Peij, de spoorlijn en daarna onze welverdiende, lange pauze. Het dorpje Peij kruisten we aan de rand van het dorp en gingen weer verder tussen de akkers door. We hadden intussen al veel zandpaden bewandeld en voelden ons flink stoffig. We kwamen door het buurtschap Slek (helaas geen plaatsnaambordje) en liepen verder richting de spoorlijn, waarna we op zoek zouden gaan naar een pauzeplek.

Door de vermoeidheid leek alles langer te duren en verder te zijn, maar we vonden een klein plekje langs een beekje. We hadden wat last van grote bosmieren, maar echt vervelend waren ze niet. Het beekje lag wat dieper dan het omringende land, dus je zag er niet zoveel van als je zat, maar we zaten zo lekker dat dat echt niet erg was. Onderweg waren we veel minder Pieterpatters tegen gekomen dan we vanmorgen, op het station in Susteren, hadden verwacht. Ook hier liepen ze niet voorbij, maar wel wat wandelaars uit de buurt. Een oud echtpaar kwam voorbij en het vrouwtje zei dat we konden zwemmen, dat had zij vroeger ook gedaan. Ik vroeg of het water toen dan hoger stond, want nu zou je misschien net met je grote teen kunnen zwemmen. Ze antwoordde dat ze dan een dammetje maakten, maar tegen de tijd dat die af was en het water hoog genoeg stond om te kunnen zwemmen, werden ze geroepen dat ze thuis moesten komen om te eten.

Hierna genoten we nog even van de rust en begonnen ons langzaam weer klaar te maken om verder te gaan met de laatste 4 a 5 kilometer. Toen we bijna zo ver waren kwam er een echtpaar met een hond voorbij. Hij zei gedag en liep verder. Zij zei dat ze het Pieterpad ook altijd nog eens wilde doen. We raakten aan de praat en volgden intussen de route. Haar man (+hond) liep een stuk vooruit. Zij had 15 jaar de nijmeegse vierdaagse gelopen, maar omdat het echt filelopen is geworden heeft ze zich voor dit jaar niet ingeschreven. Dit jaar gaat ze met twee mede-wandelaars naar Oostenrijk om te lopen. Toen de route van het beekje af week scheidden onze wegen zich en liepen we samen weer verder, in een iets hoger tempo nu.

Langs de rand van Susteren werden we met een grote boog door het bos omgeleid naar station Susteren. We waren erg moe, onze voeten deden zeer, en de weg duurde lang. Op de voormalig onverharde weg was nu in het midden een fietspad aangelegd dus liepen we allebei aan de kanten van het fietspad, op de onverharde stroken. Om tien voor half zes kwamen we vandaag aardig uitgeput (en verkleurd) bij de auto aan.