HOME

OVERZICHT

Links en tips CONTACT GASTENBOEK

Vakantie Noorwegen 2009

FOTO'S

 

Vrijdag 5 juni 2009 Trollstigen, Geirangerfjord, Dalsnibba

250 km gereden

Zonnig met wolken

 

Wat een prachtige dag hebben we vandaag gehad! Noorwegen pur sang, Noorwegen op zijn mooist, Noorwegen zoals we willen!

 

Na wederom een heerlijke nachtrust werden we vanmorgen wakker; het was zowaar droog en het zonnetje kwam licht door de bewolking heen. Het beloofde een goede dag te worden. Rond 10.00 uur reden we weg. Eerst haalden we even een lekker broodje bij de supermarkt (+ een pet voor mij, die was ik vergeten mee te nemen vanuit Nederland) en reden daarna naar de Trollstigen, een weg de bergen in, bestaande uit 11 haarspeldbochten en daardoor geliefd bij toeristen. Aangezien wij ons ook als toerist gedragen, en dat natuurlijk ook zijn, stond deze weg op ons verlanglijstje. Het hoogseizoen is nog niet begonnen dus we verwachtten niet dat het heel druk zou zijn. Onderaan de kronkelweg namen we een paar foto’s van de weg die je de berg op zag slingeren. Een Nederlands echtpaar op de motor was net als wij laaiend enthousiast over het zicht op de weg en het idee dat we daar straks over heen zouden rijden. We zagen campers langzaam de berg op en af rijden, prachtige watervallen en besneeuwde bergtoppen. We begonnen aan de weg die de hoge berg op voerde. Het was spectaculair om te zien hoe snel we hoger op de berg kwamen, hoe snel de parkeerplaats waar we net nog hadden gestaan in de diepte verdween. Onder ons zagen we de weg kronkelen, onvoorstelbaar! En dan te bedenken dat deze weg er vroeger nog niet was, dat er alleen maar een ‘horse trail’ was, waar mensen hun leven waagden om van A naar B te komen. Nu konden we over een prachtig geasfalteerde weg de berg op, wat een luxe. Naarmate we hoger op de berg kwamen zagen we steeds meer sneeuw liggen, en voordat we het wisten kwamen we op het uitzichtpunt op de berg. Natuurlijk waren er souvenirwinkeltjes, met rendiervellen, trollen, kaarten en nog veel meer spullen. Ook kon je naar een uitzichtpunt lopen waarvandaan je naar beneden kon kijken en de afgelegde weg onder je zag liggen. Een woest kolkende stroom water wierp zich over de rand naar beneden. Het water was ontzettend helder en zag er extreem koud uit. Dat was het natuurlijk ook, want het was puur smeltwater. Een Aziatisch vrouwtje nam heel stoer een slokje van het water, haar companen moesten er om lachen. Naast alle steenmannetjes op de berg (opgestapelde stenen, een bepaald symbool van ‘boven op de berg’ zijn gekomen) stond er ook een klein sneeuwmannetje. Hij stond met zijn ruggetje naar het prachtige uitzicht over het dal ver onder ons. Nadat we de nodige foto’s hadden gemaakt van deze fantastische plek namen we een kijkje in de souvenirwinkeltjes. We kochten een paar kaarten en postzegels (de postzegels waren erg mooi), en het meisje achter de toonbank vertelde dat als we de kaarten hier boven op de berg op de bus zouden doen dat er dan een speciaal poststempel van de Trollstigen op zou komen. Leuk idee, alleen lag ons adressenboekje thuis in Nederland… Misschien dat we morgen nog even de berg op rijden om de kaarten daar alsnog op de bus te gooien, het is immers maar een half uurtje vanaf ons huisje naar de top van de Trollstigen. Hier boven op de berg werd er druk gewerkt om alles te moderniseren en voor toeristen nog meer winkeltjes e.d. te maken. Op een groot bord stond dat het futuristische gebouw in 2006/2007 klaar zou zijn. Intussen was het toch echt al 2009 en was er nog weinig meer te zien dan werkzaamheden! Het zal nog wel wat jaartjes duren voordat ze hun plannen hebben kunnen realiseren…

Naast alle toeristen die gewoon de weg op willen rijden (of af) en het gewone verkeer dat noodzakelijk de weg moet gebruiken, heb je ook mensen die de ski’s onderbinden. Ook al was de sneeuw aan het smelten, skiën kon nog makkelijk. En dan heb je ook nog de mensen die een stapje verder gaan: iets voorbij het epicentrum van het Trollstigen toerisme stopten we op een parkeerhaventje om wat foto’s van een, nog deels besneeuwd, meer te maken. Hier stopte een busje uit Duitsland waar twee mannen uit kwamen. De één was de ‘chauffeur’, de ander was de mafkees die op zijn fiets de Trollstigen af ging fietsen, maar eerst moesten zijn banden nog opgepompt worden. Ieder zijn hobby!

We reden verder door het prachtige landschap, vol met sneeuw en bergen, rotsen en watertjes. Dit was Noorwegen zoals we het het liefste zien, zo mooi, zo schoon en zo robuust, schitterend.

Onderaan de berg kwamen we uit bij het dorp Valldal en reden door richting Liabygda (onderweg door meerdere tunnels komend), waar we met de veerboot het fjord naar Stranda konden oversteken. We hadden eerder al een veerboot vanuit Linge naar Eidsdalen kunnen nemen, zodat we uiteindelijk bij Geiranger uit zouden komen, maar wij wilden naar Hellesylt. Er is namelijk een korte cruise mogelijk over het Geirangerfjord tussen Geiranger en Hellesylt, en ergens had ik gelezen dat de reis vanuit Hellesylt naar Geiranger mooier is dan andersom. Zo’n advies neem ik gelijk ter harte, dus zo gezegd, zo gedaan. We kwamen om iets voor enen aan bij de aanlegsteiger maar moesten tot 13.30 uur wachten voordat de boot ons zou komen ophalen. Er stonden al wat auto’s voor ons te wachten, en achter ons stonden er in korte tijd ook een aantal. Toen de boot aan kwam zagen we dat de voorsteven omhoog werd geklapt, waardoor de auto’s op en af konden rijden. Voor 81 Kronen mochten we mee naar de overkant, waar we een kwartiertje later de kade op reden. We reden verder richting Hellesylt en kwamen in één van de tunnels even vast te staan omdat een grote vrachtwagen en een camper, die elkaar tegemoet kwamen, te weinig ruimte hadden om elkaar te passeren. Het duurde gelukkig niet lang voordat ze zich langs elkaar hadden gemanoeuvreerd, waarna iedereen weer verder kon.

Toen we in Hellesylt aan kwamen hadden we nog zo’n anderhalf uur de tijd voor de boot naar Geiranger zou arriveren. De 6 wachtrijen voor auto’s en bussen waren nog volkomen leeg. We parkeerden de auto vlak bij de wachtrijen en liepen naar de waterval vlak bij. We namen een paar foto’s en keken daarna bij de twee restaurantjes wat we eventueel te eten konden halen. We bestelden bij het best ogende zaakje een pizza die we samen deelden op het terrasje. Na deze lekkere lunch gingen we maar eens kijken hoe het nou allemaal zat met de boot en de wachtrijen, want helemaal snappen deden we het niet. De wachtrijen eindigden namelijk niet bij het water maar bij een weg… Hoe en waar moesten we dan straks de boot op? Een Duits stel in een knalgeel busje had al even in de ‘wachtrij’ gestaan maar was verder gereden, snapten het waarschijnlijk ook niet helemaal. Ik dacht dat de boot iets verderop zou aanmeren, en dat daar niet genoeg plek zou zijn voor alle auto’s en bussen die met de boot mee wilden. We liepen naar het punt waarvan ik dacht dat de boot zou aanmeren. Dat bleek te kloppen: er was inderdaad weinig ruimte. De Duitsers in hun gele bus stonden daar echter te wachten. We liepen terug naar onze auto en namen plaats op het eerste plekje in de wachtrij, verder was er nog niemand. Het duurde niet lang of ook het gele busje kwam aangereden en stopte achter ons in de ‘rij’. Tijdens het wachten op de boor verving Remco het lichtje van de koplamp, hij wordt steeds handiger! Om iets voor 15.30 uur kwam de boot aan gevaren. Tegelijkertijd kwamen er twee bussen met Aziaten (Chinezen?) aangereden, werd het toch nog een beetje druk op de boot… We snapten nog steeds niet hoe en wanneer we nou op de boot konden komen, maar dachten dat dit vanzelf wel duidelijk zou worden. Achter ons stonden intussen meerdere auto’s, waarschijnlijk net als wij allemaal met dezelfde vragen. Als wij zouden gaan rijden was het spreekwoordelijke schaap over de dam en zou de rest ons volgen. Maar konden/mochten we al gaan rijden? Vast niet, eerst de andere auto’s van boord, dan wij er op. Uiteindelijk zagen we een man aan komen lopen die duidelijk bij de boot hoorde. Snel dook hij de zaak in waar wij eerder een pizza hadden besteld en kwam weer naar buiten met een pakje sigaretten. We kregen het teken dat we naar de boot mochten rijden, en opgelucht dat het één en ander eindelijk duidelijk was reden we er naar toe. Voor 340 Kronen konden we met auto en al de boot op rijden.

Vanaf het dek hadden we een mooi uitzicht over het Geirangerfjord èn op alle chinezen die de meeuwen aan het voeren waren. Ze hielden brood en een soort van chipjes in hun hand welke de meeuwen wel wilden hebben. Terwijl de handen met lekkers in de lucht werden gestoken vlogen de meeuwen met de boot mee. Het was bijzonder om te zien hoe de meeuwen tegen de wind in manoeuvreerden, hoeveel kracht en behendigheid daar aan te pas kwam. Ook de chinezen zelf waren prachtig om naar te kijken: sommige hadden een mondkapje voor, er liep er eentje met tweety sokken en veel hadden handschoentjes aan in allerlei soorten. De mooiste handschoenen waren wel geel gebloemde tuinhandschoenen! Het was grappig om te zien hoe vaak ze gingen poseren voor een foto, ze waren er maar druk mee. Een eenzame fietser had duidelijk geen behoefte aan contact: terwijl alle stoeltjes over het dek waaiden trok hij zich terug op een stoel in een hoekje en ging daar stoïcijns zitten, leek geen oog te hebben voor alles wat er op de boot gebeurde en ook niet voor het prachtige fjord met haar majestueuze bergen er om heen. Zowel zijn houding als zijn gezicht straalden uit dat hij hier niet voor zijn lol zat maar alleen maar om van A naar B te komen.

Het kijken naar de mensen was al erg leuk, maar het fjord zelf was natuurlijk waar het echt om ging! Wat voel je je klein als je op een, nog redelijk grote, boot zit, midden op een enorm fjord met die vreselijk hoge bergen die uit het water omhoog kwamen. Hoe nietig kan je je voelen. Vanaf de indrukwekkende, deels met sneeuw bedekte bergen, kwamen de mooiste watervallen naar beneden, echt schitterend. Na uurtje kwam het dorpje Geiranger in zicht, waar een enorm grote cruiseboot voor anker lag. Maar zelfs een boot als deze valt in het niet bij de indrukwekkende omgeving. Vanaf het schip vaarden kleine bootjes af en aan om de passagiers naar en van de wal te brengen. Helemaal onderaan de boot, precies boven het wateroppervlak, konden de mensen door een opening in en uit de bootjes stappen. Het waren net mieren, zo klein vergeleken bij de grote boot. Zo zie je maar weer hoe relatief het begrip ‘groot’ kan zijn: in vergelijking met de boot waren de mensen heel klein, maar de enorme boot stelde niets voor naast de reusachtige bergen.

Ons bootje (waarvan we het eerst nog best een boot vonden…) meerde aan en we reden het dorpje in. Het miezerige dorpje was bomvol met toeristen, het was een drukte van belang. We worstelden ons zo snel mogelijk uit deze hectische omgeving en lieten het dorpje achter ons. Voordat we aan de weg terug naar huis zouden beginnen wilden we eerst nog een stukje verder rijden naar Dalsnibba. Hier zouden we een mooi uitzichtpunt bereiken na eerst vele haarspeldbochten genomen te moeten hebben. We waren benieuwd.

Al snel begon de weg zich omhoog te kronkelen en konden we een foto maken van Geiranger. We zagen goed hoe klein ‘onze’ boot was in vergelijking met het joekel ernaast, en ook hoe hoog we al weer waren. Maar de weg ging nog verder omhoog en het landschap werd steeds witter. Op veel plaatsen lag nog metershoge sneeuw, de weg was schoon geschraapt maar daarnaast konden we goed zien hoeveel sneeuw er nu nog lag, laat staan welke hoeveelheden hier in de winter moeten liggen! We moesten natuurlijk weer regelmatig stoppen om foto’s te maken, vooral omdat de blauwe lucht met wolkjes wat kleur gaf aan het verder zwart-witte landschap. Overal stroomde ijskoud helder water en op de bergen zagen we mensen skiën. Ook zagen we grote pootafdrukken in de sneeuw, geen idee van welk dier. Het landschap werd steeds mooier en we raakten meer en meer betoverd door de schoonheid om ons heen. Vlak voor we naar het uitzichtpunt zouden rijden zagen we een groot meer dat nog volledig bedekt was met sneeuw. Maar ik denk niet dat je er nog over heen zou kunnen lopen, de dooi was immers al wel begonnen. Het landschap liet in al haar schoonheid zien hoe verraderlijk ze kan zijn: je denkt dat je op sneeuw loopt, maar wat zich daaronder bevindt weet je niet. Voor hetzelfde geld zak je er doorheen om in een ijskoud meer terecht te komen.

Om het uitzichtpunt te bereiken moesten we een tolweg op, 80 Kronen maar liefst. Ze weten hier wel hoe ze geld aan de toeristen kunnen ontfutselen, het reizen hier is niet goedkoop! Maar, het was het geld meer dan waard. Over een onverharde weg reden we naar boven. Na de eerste haarspeldbocht stonden we stil achter een bus die met veel moeite een tegemoet komende camper kon passeren. De sneeuw langs de weg was hier nog hoger dan eerder op de route, het waren echte sneeuwmuren. Met elke meter die we omhoog gingen (en dat ging snel) werd het uitzicht mooier. Op de top van de Dalsnibba, 1500 meter, hadden we zicht op de bergen om ons heen. Het voelde alsof we op het dak van de wereld stonden, fantastisch! Het is met geen woorden te beschrijven hoe mooi het was, al die besneeuwde bergtoppen, sommige half in de wolken. We konden 360 graden rond kijken, en overal was het net zo mooi. Heel diep beneden ons zagen we Geiranger liggen, een minuscuul stipje, meer was het niet. Zelfs het fjord leek een simpel meertje te zijn.

We reden de berg weer af, met duizelingwekkende afgronden naast de weg, meestal zonder vangrail. Veilig kwamen we weer beneden en begonnen aan de terugreis door het prachtige landschap. Uiteindelijk kwamen we weer uit bij Geiranger en reden hier verder richting Andalsnes. Het was nu een stuk rustiger in het dorp; het cruiseschip was vertrokken. Niks was er meer over van alle hectiek, er waren nog maar weinig mensen, behalve dan de mensen die er werkten. Ook deze kant Geiranger uit moest over een weg gereden worden met veel haarspeldbochten, de Orneveien oftewel de Adelaarsweg. Deze weg hadden we vanaf de boot al goed kunnen bekijken. Bij Eidsdalen aangekomen konden we vrijwel direct de veerboot naar Linge oprijden, aan de andere kant van de Norddalsfjorden. Weer zo’n 80 kronen lichter bereikten we de overkant. Vanaf hier reden we weer naar de Trollstigen, maar eerst haalden we in het campingdorp Valldal een paar boodschappen voor het avondeten.

Weer kwamen we door het prachtige landschap waar we ’s ochtends al hadden gereden, maar nu stopten we niet meer om foto’s te maken. We hadden een lange dag achter de rug en wilden naar huis. De Trolstigen afdalen was misschien nog wel indrukwekkender dan hem bestijgen, je kon de dieptes erg goed zien! Binnen een paar minuten stonden we weer onderaan de berg, en even later kwamen we eindelijk thuis. Het was 20.30 uur. We hadden een lange maar schitterende dag achter de rug. Een dag met zoveel moois en indrukken, we waren er gewoon moe van. Hoeveel schoonheid kan een mens hebben op een dag? Ik denk dat we aan onze max zaten, veel meer had er niet meer bij gekund!

Thuis bekeken we de vele foto’s die we hadden gemaakt en genoten daarna van een simpele doch heerlijke maaltijd van gebakken aardappelblokjes met ham, courgette en tomaat, afgemaakt met ei. Dat ging er wel in!

Rond een uur of half elf viel de stroom opeens weer uit, maar gelukkig was Olav nog wakker en was de elektra binnen 3 minuten weer aan. Remco ging rond middernacht naar bed, maar aangezien ik nog steeds last heb van klaar wakker zijn tot diep in de nacht bleef ik nog even in de woonkamer lezen en wandelde nog een stukje buiten. Uiteindelijk ging ik toch ook maar naar bed, maar het duurde tot ongeveer 2.30 uur voordat ik mijn ogen kon sluiten…

Ondanks de lange dagen dat we weg zijn en alle tijd die ik in het tikken van de verhalen steek ga ik hard door mijn boeken heen. Intussen heb ik al bijna 4 dikke boeken uit gelezen, maar gelukkig heb ik er nog een aantal op voorraad.