HOME

OVERZICHT

Links en tips CONTACT GASTENBOEK

Drenthepad

FOTO'S

 

Zondag 21 februari 2010, Stille, witte heide

Beilen – Ruinen, 20 km

Deels zonnig, deels bewolkt, koud, -2 – 2

 

 

Door een winter met veel vorst en gladheid hebben we ons de laatste weken vooral begeven op rondwandelingen. Geen gedoe met op tijd zijn voor het OV, maar gewoon naar een beginpunt toe rijden en vanaf daar een rondwandeling maken. Lekker ontspannen.

Nu werd het toch wel weer eens tijd voor een etappe van een LAW (Lange Afstand Wandeling). Rekening houdend met het weer (overdag dooi en dus kans op regen) kwam het ’t beste uit om in het noorden van het land te gaan lopen. En omdat we kort geleden het boekje van het Drenthepad hadden gekocht, hadden we daar wel wat wandelmogelijkheden. Alleen moest ik dan wel eerst alle etappes gaan inplannen. Je kan wel lukraak iets gaan lopen, maar de kans dat je dan heel korte of heel lange etappes overhoudt wordt daarmee groter. Je gaat namelijk niet 1,5 uur rijden voor een wandeling van 2 uur, maar met en wandeling van meer dan 30 km (en ook nog OV) wordt het een aardig lange dag. Ik begon met plannen en kwam zonder horten of stoten uit bij het eind van het Drenthepad. Vaak kom je obstakels tegen, grote stukken zonder OV, maar bij het Drenthepad ging dat erg soepel. De ‘planning’ houdt in dat we het wandelpad proberen in te delen in etappes die ongeveer 25 km lang zijn. Mag iets meer, mag iets minder. Soms zijn er grote stukken over onbewoond land en moet je een beetje puzzelen om niet te veel of te weinig te lopen. Bij het Drenthepad geen gepuzzel, allemaal afstanden tussen de 20 en de 30 km.

Nu nog even kijken hoe het met het OV te doen zou zijn. Bij verschillende etappes was op zondag geen OV beschikbaar van A naar B, die kunnen we dus alleen door de weeks of op zaterdag lopen. Bij andere etappes heb je te maken met een ‘belbus’. Je moet dan minimaal een uur van te voren bellen dat je met dat busje mee wilt. Dat gold dus ook voor de etappe van vandaag. Spannend hoor!

 

Vanmorgen reden we om 6.45 uur weg. Het was nog donker en het vroor een graad of 3. Ook al was het nog donker, we zagen de lucht al langzaam lichter worden. Bij ons lag er geen sneeuw maar naarmate we noordelijker kwamen werd de wereld om ons heen steeds witter. Dat hadden we niet verwacht! De laatste keer deze winter? Naast het feit dat we op moesten passen op de weg i.v.m. gladheid kwamen we ook regelmatig door zware mistvelden. Het zicht zakte soms tot onder de 50 meter, niet echt prettig. Gelukkig was het rustig op de weg. Intussen kwam de zon op, een grote rode bol hing voor ons in de lucht. Wat een plaatje: een wit, mistig landschap met een opkomende zon! Helaas geen foto kunnen maken… En ach, het moment duurde ook maar heel kort: opeens werd de zon opgeslokt door mist/wolken, we zagen de rode bol in een paar seconden vervagen en verdwijnen. Het was een bijzonder gezicht. Al met al: we reden dan nog wel over de snelweg, maar het genieten was al begonnen. Nu maar hopen dat de wandeling ook mooi zou zijn.

 

We wilden vanmorgen eerst een half uurtje lopen om daarna met de trein en de (bel)bus naar Ruinen te gaan. We zaten nog op de snelweg, het was iets voor 8 uur. Ik pakte de papieren voor het OV om te kijken hoe laat ik dan voor de belbus moest gaan bellen. Minimaal een uur voor vertrek, dus dan moest ik hoogst waarschijnlijk aan het begin van de wandeling al bellen. Na één blik op de uitdraai zag ik dat ik weer eens met m’n neus had gekeken… Ik dacht dat de trein om 9.03 uur naar Hoogeveen zou vertrekken en dat we daar om 9.33 uur met de belbus mee konden naar Ruinen. Het bleek echter dat de trein al om 8.33 uur zou vertrekken, een half uur eerder dan gepland dus! Ook de belbus was een half uur eerder. Paniek!!! Ik had nog 5 minuten om de belbus te bestellen, of we zouden een uur later met het OV gaan. Snel besloten we om de auto niet op een half uur lopen van Beilen te parkeren maar dat we rechtsreeks naar het station zouden rijden. Dat moesten we redden: het was maar 1 afslag verder dan gepland en niet ver van de snelweg. Ik belde snel naar QBuzz en bestelde het busje voor 2 personen, om 9.03 van Hoogeveen station naar Ruinen centrum. Dat was in ieder geval geregeld, nu nog op tijd in Hoogeveen aankomen.

Om 8.15 uur parkeerden we de auto bij station Beilen. Terwijl ik de kaartjes kocht werd er omgeroepen dat de trein naar Groningen niet reed vanwege een defect aan de trein. O shit, toch niet ‘onze’ trein hè?! We hadden mazzel; wij moesten de trein richting Schiphol hebben. In de kou wachtten we op het station tot de trein kwam. Wachten duurt altijd lang, maar zeker als het koud is. Het was trouwens behoorlijk druk op het stationnetje, veel mensen die naar Schiphol moesten? Eindelijk konden we in een warme trein stappen om na 10 minuten alweer de kou in te moeten. We moesten hier zo’n 20 minuten wachten voor de belbus zou komen. Aangezien onze tenen nog niet waren opgewarmd na de korte treinreis duurden die 20 minuten vreselijk lang. Na 9.03 uur kwam er een busje aan. We stonden keurig bij de halte van belbus 232 te wachten, maar het busje stopte bij het station. Hmmm? Vreemd. Remco vroeg zich af of we niet naar het busje toe moesten lopen maar ik vond dat we bij de juiste halte stonden en dat iedere idioot toch wel zou snappen dat wij de 2 passagiers waren. Er was namelijk verder niemand in de buurt van het station te bekennen! Nou, je hebt dus blijkbaar ook idioten waar nooit een lampje bij gaat branden! We liepen toch maar naar het busje toe en vroegen of hij naar Ruinen ging. Ja, hij vroeg zich al af of er nog wel iemand zou komen. Ik zei dat we bij de juiste bushalte stonden, waarop hij antwoordde dat hij altijd hier mensen ophaalde. OK… Wel een beetje vreemd, waar is die halte dan voor??? Waar hij stond te wachten was de plek waar je de belbus kon bellen door een knop in te drukken. Ja, da’s geen bushalte hè?! Maar ach, laat maar. Ik wilde hem de strippenkaart geven om af te stempelen, maar dat hoefde niet; “hij kon niet afstempelen”. Ik vroeg of het stempelding dan stuk was of zo, maar hij bromde dat het gewoon een taxi was. OK… Dat scheelde weer strippen, we hadden een gratis ritje. Wel dure ritjes voor de busmaatschappijen zo, maar dat is niet ons probleem.

Om 9.20 uur werden we afgezet op de Brink in Ruinen. We keken welke kant we op moesten lopen en gingen van start. Binnen 5 minuten hadden we het dorp verlaten en liepen we door een witte en zonnige wereld naar het buurtschap Engeland en de molen ‘De Zaandplatte’ . We zagen 2 boerenmannen in overall lopen, het gereedschap (bijlen, scheppen?) op de schouders rustend. Het boerenleven staat nooit stil, zelfs niet op zondag in Ruinen!

Over het soms gladde pad liepen we naar de molen. In een boom zat een knalgeel vogeltje, goed te zien door het felle zonlicht. Een fazant liep door het witte land, verderop hoorden we een soortgenoot roepen. Op de molen was er een mooie scheiding te zien tussen de besneeuwde- en niet besneeuwde kant. Of de sneeuw was op het ene deel al gesmolten, of de sneeuw was door de wind aan één kant aangebracht. Maakt niet uit hoe, het zag er in ieder geval mooi uit. Grappig detail is trouwens dat de molen uit Echten komt, een plaatsje in de buurt, maar dat deze in 1964 op zijn nieuwe plaats is heropgebouwd.

We liepen verder over het asfaltweggetje, staken een weg over en liepen over een fietspad richting het bezoekerscentrum Dwingelerveld. Bovenin een boom zat een Grote bonte specht. Ter hoogte van het bezoekerscentrum was er een boel kabaal in het bos. Vogels waarschijnlijk, maar welke is de vraag. Voor we bij de heide zouden komen, passeerden we eerst nog een paar huisjes. Op het besneeuwde weggetje zagen we verschillende afdrukken: van mens, hond, kat, vogel, ree en… een eekhoorntje. Echt de schattigste afdrukjes die we ooit hebben gezien: kleine voetafdrukjes, duidelijk met nageltjes. De voorpootjes een stukje uit elkaar, de achterpootjes vlak bij elkaar en dichtbij de voorpootjes. Tussen de verschillende afdrukken zat ongeveer een meter lengte. Zie je hem al huppen?!

Op 2 bomen bij het bezoekerscentrum hingen aankondigingen dat beide schaapskooien waren gesloten voor publiek i.v.m. Q-koorts. Uit voorzorg, want de beesten waren wel allemaal ingeënt. Na de 1e schaapskooi kwamen we op de uitgestrekte heide van de Dwingeloosche heide. De drassige bodem was bevroren, maar langs de randen van het pad was het ijs niet echt betrouwbaar. Het pad zelf bestond uit een ondergrond van zand, bedekt met een laagje ijs met als extraatje een dun laagje sneeuw. Lekker hoor! Het was weer voorzichtig lopen en oppassen geblazen.

De greppels tussen het pad en de heide in waren bevroren, en op meerdere plekken zag je dat het ijs gebroken was: ijs van een paar centimeter dik met daaronder allemaal lucht. We vroegen ons af of het grondwaterpeil tussen het begin van de vorstperiode en nu zo was gezakt? Hoe kan het anders dat er zo’n laag ijs lag? Joost mag het weten.

Het zicht over de heide was geweldig: alles was wit en bedekt met ijskristallen. De bomen waren bedekt met rijp, het was schitterend! Vooral de combi tussen het betoverende wit, het prachtige zonlicht die de ijskristallen deed fonkelen en de overweldigende stilte, die combi was op en top genieten! Ook al ligt de A28 vlak bij, het was deze zondagochtend rustig en de wind stond blijkbaar de goede kant op, want het was stil op de heide. Geen geluiden van auto’s, vliegtuigen of rond rennende kinderen, er was zelfs geen vogel te horen. Het was stil.

Borden gaven aan dat we het gebied van de ‘storingsvrije zone van Radiotelescoop Dwingeloo’ betraden. Onze mobiele telefoons moesten uitgeschakeld worden en je mocht hier ook niet komen met ‘in werking zijnde motoren’. Het fietspad en het naastgelegen zandpad splitste zich en wij volgden het zandpad. Ook hier was het aan de randen glad door een laagje ijs. Waar het kon wierpen we een blik op de heideplanten om te zien of we er een rupsje of vlindereitjes konden ontdekken. Zonder resultaat helaas. Wel vonden we een oude cocon/rups, aan de gaatjes te zien waarschijnlijk ooit geparasiteerd.

Opeens zagen we aan het eind van de heiige vlakte de radiotelescoop staan. Het grote bouwwerk ging bijna helemaal op in de mist en sneeuw. Bij een bankje maakten we snel een broodje klaar. Snel klaar maken omdat onze handen elke seconde kouder werden. Al lopend aten we een broodje. Best vermoeiend want intussen moesten we voorzichtig lopen over ijs/sneeuwpaden, om ons heen kijken om te genieten van het landschap, opletten dat we geen beestjes zouden missen en dan ook nog eten. Pfff… En o ja, we moesten de route natuurlijk ook nog in de gaten houden.

We verlieten het grote heideveld en kwamen bij een stukje met veel Jeneverbesstruiken/bomen en een ven, het Smitsveen. Waarschijnlijk is dit een pingoruïne uit de laatste ijstijd: vroeger lag hier een grote bult sneeuw en ijs, na de ‘grote dooi’ bleef er een kuiltje met water in het landschap achter. We volgden het pad om het ven heen. Door de zon begon het te dooien, maar de grond was nog wit en hard bevroren. Een paar grafheuvels staken uit boven het landschap. Remco ontdekte aan de voet van een eik een vlindertje, waarschijnlijk een Kleine voorjaarsspanner. Het vlindertje zat in de zon, maar zat waarschijnlijk ook te ‘klappertanden’ van de kou.

Na het Smitsveen verlieten we de heide en ging de route verder door bos. Hier zagen we een cocon op een takje zitten. Op dit moment vragen we op een forum om hulp, want we willen natuurlijk wel iets meer weten van dit beestje. We hebben zelfs al een antwoord dat het een rupsje is dat is geparasiteerd door een sluipwesp. Geparasiteerd betekent trouwens dat het rupsje is ‘geïnfecteerd’ door een parasiet, in dit geval een sluipwesp. De sluipwesp infecteert de rups en leeft van zijn lichaam. De rups overlijdt en de sluipwesp leeft voort. De natuur kan wreed zijn…

De route bracht ons door nog meer bos en langs nog meer heide en vennen. Een gezin met (minimaal) 4 kinderen kwam ons tegemoet gelopen. De kinderen waren lekker aan het spelen: broer(tje) hield jonger zusje in ‘de houding’. Het meisje telde tot 100 (?) en ander zusje verstopte zich. Het zusje dat zich ging verstoppen was nog echt een klein ukje. Al kletsend sloop ze de rand van het bos in, terwijl ze tegelijkertijd werd afgeleid door onze aandacht voor haar. Al ‘verstoppend’ glimlachte ze naar ons. Pa en ma draaiden zich ondertussen om en riepen de koters bij elkaar. Iets verderop zagen we op een jong dennenboompje we de restanten van de spinsels van de zeldzame spinselbladwesp. We hebben intussen echter al zoveel waarnemingen van deze soort ingevoerd dat we ons af beginnen te vragen hoe lang het nog duurt voordat de soort niet meer als zeldzaam wordt beschouwd.

We waren toe aan een pauze om even onze benen te laten rusten. Gelukkig stond er aan het eind van het pad een bankje waar we even lekker pauze konden nemen. We zaten aan de kop van het Zandveen. De zon was achter wolken verdwenen en er was een fris windje opgestoken. Gelukkig was het nog wel droog. We zaten nog niet op het bankje of we voelden de kou op ons lichaam toeslaan. We namen een warm drankje (koffie/bouillon) en voelden ons gelijk een stukje beter. We konden alleen niet te lang blijven zitten, zonder zon was het er echt te koud voor. We hadden nog zo’n 9 km te gaan over gladde paden, maar het eind kwam in zicht. We passeerden weer een veld met Jeneverbessen, een volgend heideveld en een gedeelte met kale boomstammen (waarschijnlijk ooit brand geweest). Het pad was weer bekleed met een laag ijs en een dun laagje sneeuw. Op één van de paden kwamen ons twee mountainbikers tegemoet. Aangezien wij al moeite hadden met lopen op het spekgladde pad, vonden we het knap dat zij er over heen fietsten. Terwijl we het dachten gleed één van de jongens onderuit en kwam best hard neer. Hij krabbelde op en voorzichtig reden ze weer verder. Bij ons aangekomen stopten ze en vroegen of we ze de weg naar Beilen konden vertellen, want ze waren een beetje verdwaald. Ik sloeg het boekje open en liet ze het kaartje zien van waar we nu liepen. Het was niet heel ver naar Beilen, maar hoe konden ze er het snelst komen? Uiteindelijk besloten we dat ze het beste dit pad terug konden rijden, dan zouden ze er wel komen. Ze waren om 10.30 uur vertrokken en het meest verlegen jochie wilde wel weten hoe laat het was. Het was al na 13.00 uur, het leek wel alsof hij daar van schrok. Toen ik vroeg of ze honger hadden beaamden ze dat. Zielig… We stuurden ze terug en wensten ze succes (de ‘gevallene’ zei trouwens geen schade of pijn te hebben). Terwijl we ze nakeken bedacht ik met dat we ze misschien wel iets te drinken of eten aan hadden kunnen bieden. Misschien hadden ze wel even naar huis willen bellen om te vertellen waar ze waren. Misschien zat er wel een echtpaar in Beilen op de bank, zich steeds meer afvragend waar hun jongens nu toch bleven? Doodongerust naarmate de tijd verstreek, hopeloos, met de handen in het haar! Stel je voor. Maar ja, daar dacht ik te laat aan… Ze zijn vast goed thuis gekomen!

Ook wij moesten naar Beilen toe en volgden dus het ijspad richting de snelweg. Het geluid van de auto’s was nu wel duidelijk hoorbaar, de stille heide was niet stil meer.

We kwamen dichter bij de A28 en merkten opeens dat het bos naast ons een stuk lager lag dan waar wij liepen. Er is vast een verklaring voor dit hoogteverschil, maar wij weten hem niet. Op de weg die over de snelweg heen leidde zagen we een man en vrouw lopen die andere voorbijgangers iets vroegen. De vrouw liep met twee stokken, de man met eentje, dus we dachten eerst dat ze een stok kwijt waren. Het bleek echter dat ze de weg kwijt waren, maar andere wandelaars/voorbijgangers konden hun vertellen waar ze hun auto konden vinden. Wij liepen langs het gezelschap en volgden de route van het Drenthepad. De dooi had intussen doorgezet en veel sneeuw was weg gesmolten. We kwamen in de buurt van de bebouwde kom van Beilen en asfalt kwam weer onder onze voeten. Geen ijs maar gewoon simpelweg asfalt. In de bomen boven ons kwetterde een groepje staartmeesjes vrolijk, ook al scheen het zonnetje niet meer. Over een brug liepen we de doorgaande weg van Beilen over en kwamen al snel uit bij de DOMO fabriek, vlak bij het station. Hier wordt de melk voor Campina en Friesche Vlag gemaakt. Bij een soort van koelinstallatie (?) waren de buizen bedekt met een dikke laag ijs. Je hoorde lucht/gas ontsnappen en het bleek om stikstof te gaan. Mooi hoor, zo’n laag met ijs!

Nog mooier was de auto die op ons stond te wachten! Het was 14.45 uur toen we in de auto stapten. Na zo’n 1,5 uur rijden kwamen we in Soest waar we even bij m’n moeder zijn langs gegaan. Neef Ravi was daar en ook stonden er een paar toastjes met lekkere kaas klaar en was er groentesoep. Om 18.00 uur kwamen we dan eindelijk echt thuis en zaten we allebei lekker suf foto’s van deze dag te kijken. We waren moe en konden wel slapen… Eerst hebben we nog pizza gemaakt, maar om 21.30 uur lagen we toch echt in ons nest. Nagenietend van een zoveelste winterse wandeling, onze wangen gloeiend van de koude wind, onze benen moe van de ijslaag onder onze voeten. Maar wat een mooie omgeving! Hier kan je het jaar rond lopen, altijd iets te zien. Al denken we dat het wel heel erg drassig kan zijn! Nu was alles redelijk bevroren, maar anders… Niet aan te raden om hier op je slippers of sandalen te gaan lopen!

Wij hebben vandaag in ieder geval enorm genoten van de prachtig witte en stille heide met de bevroren en wit besneeuwde vennen. De gladde paden zijn we al bijna vergeten. Het was een mooi begin van een nieuw pad.

 

 

Wil je op de hoogte blijven van onze wandelavonturen? Stuur even een berichtje via de button ‘Contact’ (bovenaan deze pagina) en we zenden een mailtje als er een nieuw verslag is.